Ineens begreep ik mijn vaders voorzichtige omgang met zijn heilige koe een stuk beter

Passie voor Glans Autolakspecialist

STUNTEN

1980. Op spectaculaire wijze werd een Dodge Monaco Sedan tussen twee andere auto’s geparkeerd. Ik zat er naar te kijken in de bioscoop. Fantastisch! Dit wilde ik ook. “Motor uit, in zijn vrij en schuiven maar.” Zo zou ik het doen. Voor de jongere Volvodrive generatie: ik heb het hier over filmkaskraker “The Blues Brothers”.

Ergens in dezelfde tijd werd “The Dukes of Hazzard” uitgezonden. Iedere week zat ik aan de televisie vastgekleefd en leefde ik mee met Uncle Jess, Luke en Bo Duke en nichtje Daisy. Zij steevast in een korte broek die eigenlijk geen korte broek zou mogen heten. In een oranje Dodge Charger, “General Lee”, scheurden The Dukes wekelijks over het scherm, achtervolgd door “kjoekjoekjoe”-geluiden makende Sheriff Rosco P. Coltrane. Er werd me toch gesprongen met die auto. James Bond, hoewel bij mij hoog in aanzien, was een watje vergeleken met deze gozers. Ge-wel-dig vond ik het. “Dit kan ik ook, zeker weten”, vertelde ik aan mijn vriendjes. Zodra ik rijbewijs en auto had, zou ik dat wel eens even laten zien.

In 1988 verkreeg ik het roze papiertje. 18 was ik. Toen ik mijn eerste auto eindelijk met heel hard werken bij elkaar had gespaard, leek het me bij nader inzien toch niet zo’n heel goed idee om het risico te lopen dat ik meteen na mijn parkeerstunt het blik moest laten uitdeuken of overspuiten. Ineens begreep ik mijn vaders voorzichtige omgang met zijn heilige koe een stuk beter. Ik besloot het stunten nog even uit te stellen tot een beter moment.

In The Dukes of Hazzard zie je altijd dezelfde Dodge Charger. Wat ik toen echter niet wist, is dat er om en nabij de 300 oranje exemplaren aan gort zijn gereden met al die sprongen in de serie. Over beekjes, rivieren, wegen, schuurtjes, heuvels en over andere auto’s. 300 auto’s naar de gallemiezen. Laat het getal maar even op je inwerken.  Enfin, je begrijpt waarschijnlijk: als zelf uitgeroepen beschermheilige van de autolak ben ik dus nooit echt helemaal losgegaan. Toch stel ik me af en toe, zo tussen waken en slapen, nog wel eens voor hoe ik door een Kampens landschap scheur en over slootjes, schuurtjes en kolken spring met mijn V70 R. Fantastisch!

( Column #26 | Volvodrive Magazine | nr. 68 / 2022 )