
KLEUR BEKENNEN
Bijna veertig jaar geleden kocht ik mijn eerste auto. Deze ging voor- en achteruit net zo langzaam. De destijds 13-jarige 46 kreeg vanwege de kleur tijdens een evenement in Raamsdonksveer de naam Snotje. Op het oog niet eens zo heel beroerd, absoluut niet doorzichtig, meer beige. Of deze benaming helemaal gezond was, valt te bezien. Wellicht had dit exemplaar toch al enige tijd wat voortekenen van een inwendige infectie. De laatste rit met hem was helaas te snel achter een V40, verbonden met een sleepkabel. Omdat ik niet weer altijd wilde fietsen, kwam er een typisch jarenzeventigexemplaar met dito kleur: oranje op een City. Je bouwde van die woefers en waffers in de deuren en op de hoedenplank en voegde hier en daar een spoilertje toe.
Er volgden nog een diepblauwe en een brandweerrode GLF-5 Coupé uit begin jaren tachtig. Beide Japans, met dashboards als in vliegtuigen. In de jaren negentig reed ik namens een werkgever met een dikke diesel uit een Sierra, gelepeld in een Fiesta. Drie witte exemplaren, waarvan één vanaf nieuw. Je kent dat wel, van dat voor de werkgever goedkope wit, zonder blanke lak. Je bedrijfsauto moest representatief blijven, dus wekelijks door de wasstraat gaan.
Zo’n jas kregen twee latere Astra’s met verhoogd dak ook mee. Het zag er niet uit, maar het was lekker goedkoop privédieselen op grijs kenteken. Er kwam een snel bommetje, een zwarte driedeurs Clio 16V. Lekker veel beenruimte en van die zachte Franse kuipstoelen. Mijn vrouw reed er ook één, een diepblauwe, voordat ze in een roze Cinquecento stapte, later opgevolgd door een diepblauwe Seicento, opgeleukt met rode accenten. Na genoeg vergelijk waardeerden we sinds 2005 onze grijze S70, waarna we in 2010 besloten te upgraden naar zijn stationcar, de zwarte V70 R FWD. Via diepblauw ging mijn vrouw vorig jaar naar een donkerzilveren Up!, bij zonlicht met een onbeschrijfelijke, fantastische groene en blauwe gloed.
Hoe mooi diepzwart, wit of grijs ook kan blijven, het schijnen geen kleuren te zijn. Terwijl bijvoorbeeld Onyx Black en Black Sapphire, Crystal en Ice White, Electric en Aurora Silver echt veel gedetailleerde bonte kleuren bevatten. Huidige grijstinten schijnen zelfs een zweem van Scandinavische kalksteen of aluminiumvlokken te kunnen uitstralen. Waar we vroeger beige reden, kiezen we nu voor Sand Dune of Birch Light Metallic. Voor het oog veel minder karakteristiek dan helder en sprekend Cream of Moss Yellow, Flash Green, Passion Red, Rebel Blue of Saffron Pearl. Of smurf ik het nu iets te bont?
(Column #48 | Volvodrive Magazine | nr. 90 / 2026)

MARINUS BROUWER
Is gedreven lakspecialist, ondernemer en woordensmid. Met veel slagvaardigheid en woordspelingen uit hij op social media als autoriteit op zijn gebied zijn passie voor glans, tevens de naam van zijn onderneming. Als je hem niet in zijn werkplaats vindt, werkt hij op locatie bij de klant. Als “knight in shining armour”, mag je wel zeggen, want zijn lakherstellende behandeling redt autolevens. Zijn diepzwarte, soepel rijdende Volvo V70 R is een hoogglanzend visitekaartje en heeft een extreem hoge aaibaarheidsfactor, maar Brouwer hashtagt: “#eyesdontleavefingerprints”. Met andere woorden: “Alleen kijken, niet aankomen!” Hij schrijft op deze plek over Volvo, autoverzorging, passie voor glans, het leven en de rest.
