
DUCTTAPE
Tijdens een stadswandeling door Kampen, genietend van een Morena-ijsje, probeerde mijn jongste zoon me voortdurend naar links te laten kijken. “Kijk daar, pap!” Het begon me te dagen: hij paste mijn eigen tactiek op mij toe. Waar ik hem eerder probeerde af te leiden van de McDonald’s, probeerde hij mij nu te behoeden voor een visueel trauma. Toen ik stiekem over hem heen naar rechts keek, zag ik het: een Alfa Romeo waarvan de voorbumper met witte ducttape aan elkaar hing. Met kunstzinnige precisie aangebracht, dat wel. Bijna als de verbindingen van een overnaads vikingschip. Maar als detailer bloedt mijn hart. Ducttape op autolak betekent monnikenwerk om de lijmresten te verwijderen zonder de lak te beschadigen. Mijn zoon wist: als pap dit ziet, volgt er een urenlange verhandeling over lakherstel waar geen kind op zit te wachten.
Begrijp me niet verkeerd, ducttape is een wereldwonder. Op reis heb je drie dingen nodig: je ID, je creditcard en een rol ducttape. Of het nu gaat om een gescheurde koffer, een lekkende emmer of kapotte gympen; ducttape redt de dag. Maar op de lak van een Italiaanse volbloed? Dat is een ander verhaal. Ik besloot het spelletje mee te spelen. Ik maakte snel een foto terwijl hij met zijn lekkende ijsje worstelde en liet hem de route bepalen. Mijn hart heb ik later die avond maar laten luchten door deze column te schrijven. Zo bleef de wandeling voor ons allebei gezellig.
(Stadscolumn #17 | 28 oktober 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
