TENNISBALLEN IN DE BINNENSTAD
Ken je Goosen? Voor Kampenaren is Th. Goosen op de Oudestraat een begrip. Het is zo’n zeldzame ‘kansspelentabaktijdschriftkantoorsouvenirboekhandelwinkel’ waar de tijd lijkt stil te staan, maar waar ze op wonderbaarlijke wijze altijd precies hebben wat je zoekt. Zelfs als dat iets is wat je totaal niet in een boekhandel verwacht. Een kennis van mij zocht onlangs een blik tennisballen. Blijkbaar essentieel voor in de droger bij een donzen jas. Na een vruchteloze tocht langs de sportzaken in de binnenstad kreeg ze het advies: “Heb je Goosen al geprobeerd?” Hoewel de etalage niets vermoedde, lag er achter de toonbank zomaar een setje op haar te wachten. Het is de magie van de Oudestraat.
Binnenstappen bij Goosen voelt als een bezoek aan de knapzak van Douwe Dabbert; er past veel meer in dan de buitenkant doet vermoeden. Van extravagante postzegels tot de legendarische bovenverdieping vol carnavalskleding en fopartikelen. Het is een plek waar het kind in mij altijd even naar boven komt. Natuurlijk verkopen ze er ook loten. Heel af en toe waag ik een ‘eenvijfdekansje’ voor de leuk. Winnen doen we (nog) niet, maar áls we de klapper maken, dan moet het een lot van Goosen zijn. In een tijd van anoniem internetshoppen is zo’n onvervalste, veelzijdige buurtwinkel een absolute verrijking voor de Kamper binnenstad.
(Stadscolumn #20 | 9 december 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
