
DE GROTE M
Na een bezoek aan mijn ouders rijd ik met mijn jongste zoon terug naar Kampen. De radio staat hard, we zingen mee, maar ik voel de bui al hangen. Zijn bloedsuikerspiegel daalt en zijn baldadigheid stijgt. Ik weet wat er gaat komen: zodra de gigantische letter M langs de snelweg verschijnt, is er geen houden meer aan. Mijn vrouw en ik zijn voorbereid met volkorenboterhammen en komkommer, maar onze actieve levensstijl zorgt voor een stofwisseling die alles ter plekke verbrandt. Die gezonde voorraad was voor de middag al op. Hoewel lezen niet zijn grootste hobby is, spelt mijn zoon de menukaart van de McDonald’s met genoegen.
Terwijl de grote M op links nadert, probeer ik hem wanhopig naar rechts te laten kijken. “Kijk, een draak in de wolken! Zie die glimmende oldtimer! Kijk, een fabrieksnieuwe witte Polestar 2!” Maar zijn aandachtsboog voor glimmend metaal is kort als er nuggets in het spel zijn. Met de allerliefste puppy-ogen kijkt hij me aan. Ik geef toe en neem de afrit. Terwijl hij gelukzalig aan zijn menu zit, grijnst hij: “Je probeerde me de andere kant op te laten kijken hè, pap?” Ze hebben je sneller door dan je denkt. Terwijl hij op de terugweg voldaan in slaap valt, bedenk ik vast een goed argument voor het thuisfront: laten we het maar houden op ‘leeservaring opdoen’.
(Stadscolumn #16 | 14 oktober 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
