
DE EERSTE
Tijdens de lockdown grepen we thuis de kans om flink op te ruimen. Gewapend met een volgeladen auto togen mijn jongste zoon en ik naar het milieupark aan de Oslokade. We waren overduidelijk niet de enigen met dit idee; de file begon al ver voor de poort van het recyclingpark. Het was een dag van geduld hebben in Kampen. Nadat we de hal van het kringloopdepot “nokkie nokkie” vol hadden gezien en alle stations op de stort hadden gehad, wachtte de volgende rij bij de bouwmarkt voor een click-and-collect-bestelling. Zelfs voor een vers brood bij bakker René Vermeij op het Hanzeplein moesten we aansluiten. Mijn zoon had er na de tweede stop al genoeg van en koos voor de veiligheid van zijn smartphone in de auto.
Na al die rijen was ik er klaar mee: ik wilde ergens de eerste zijn. Toen de kappers eindelijk weer open mochten, zag ik mijn kans schoon. Ik had maanden geleden al een afspraak gemaakt bij Lorist Haarmode in de Gasthuisstraat. Met een bonzend hart keek ik om me heen: zouden er meer vroege vogels zijn? Maar toen de deur openging, klonk het verlossende woord: “Goedemorgen meneer Brouwer, u bent onze allereerste klant vandaag!” Tevreden liet ik me achteroverzakken. Eindelijk geen rij, alleen het vakmanschap van de kapper.
(Stadscolumn #36 | 30 november 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
