
HET EINDE
Van een klant kreeg ik onlangs een bijzonder cadeau: een massieve plak chocolade met het stadsfront van Kampen erin gegoten. Ambachtelijk werk van Chocolaterie De Swaen. “Lekker voor bij de koffie vanavond,” nam ik me nog voor. Maar ja, van chocolade ga ik zingen, en de verleiding was simpelweg te groot. Ik besloot alvast een klein hoekje te proeven om tijdens het polijsten wat extra energie te hebben. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. De chocolade was zo stevig dat ik flink wat kracht moest zetten. Krak! In plaats van een klein brokje, brak ik direct een flink deel van de Bovenkerk af. Romig, vol van smaak en voor ik het wist, had ik om tien uur ’s ochtends al een aanzienlijk deel van de Kamper skyline achter mijn kiezen.
Na een middag intensief polijsten wierp ik weer een blik op mijn bureau. Daar lag het restant van Kampen op een goudkleurig kartonnetje. Alleen het middengedeelte met de Stadsbrug was nog over. Te weinig om thuis nog fatsoenlijk uit te delen bij de koffie, oordeelde ik streng voor mezelf. Thuis wist immers niemand van het bestaan van deze reep af. Met een tikkeltje schuldgevoel brak ik het laatste stuk in tweeën en stopte de Stadsbrug in mijn wangen. Hap, slik, weg. Het einde van het stadsfront, maar het begin van een goed voornemen: binnenkort haal ik bij De Swaen een tasje chocolade voor het hele gezin.
(Stadscolumn #32 | 31 juli 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
