
In mijn vorige column hanteerde ik de maatstaf van de Volvo 850 T-5R: een icoon van technische perfectie waarin zelfs de positie van een streepje in de typeaanduiding het verschil maakt tussen vakmanschap en slordigheid. Ik hield een pleidooi voor de ‘vaste hand op de pen’, omdat zorgvuldige communicatie nooit een bijzaak mag zijn. Wie de precisie laat varen, verliest uiteindelijk de grip op zijn eigen vakmanschap.
EEN GEPOLIJSTE CARROSSERIE IS GEEN REVISIE VAN DE MOTOR
Niets is zo verraderlijk als een glanzende auto met een tikkende motor. In de detailingwereld noemen we dat een ‘verkooppoetsbeurt’: de lak spiegelt en de banden zijn diepzwart, maar wie de sleutel omdraait, hoort direct dat de techniek daaronder aandacht tekortkomt. Het is een cosmetische ingreep die de werkelijke staat van het voertuig maskeert voor de snelle voorbijganger. De reacties op mijn oproep tot precisie waren onthullend. Wat opviel, was de reflex om vooral de buitenkant te herstellen. Zodra een publiek visitekaartje, zoals een website of een digitale handtekening, een slordigheid bevat, wordt deze vaak direct gepolijst. Maar die glans is soms selectief; terwijl het ene uithangbord wordt bijgewerkt, blijven de nuances elders ongemoeid. Het bewijst dat de discipline aanwezig is, mits de schijnwerpers er maar op staan.
Zodra we echter de motorkap van de dagelijkse, minder zichtbare communicatie openen, van de snelle werk-apps tot de vluchtige uitingen op sociale media, horen we de techniek soms onveranderd rammelen. Daar, waar de druk hoog is en de vorm ondergeschikt lijkt aan de snelheid, worden interpunctie en spelling vaker als sluitpost gezien. Het is de paradox van onze professionele standaard: we polijsten de carrosserie voor het oog van de wereld, maar missen soms de collectieve rust om de motor daaronder te reviseren.
Dit raakt de kern van onze geloofwaardigheid. Want wie de afwijking niet benoemt, komt ook niet toe aan reparatie. Zo dreigt taal te degraderen van een essentieel precisie-instrument naar puur decoratief behang. Echte precisie begint immers niet bij de glans van de handtekening, maar bij het vakmanschap in de kern. Ik zie het voor me in het scherpe licht van een inspectielamp: een hand die met uiterste precisie de machine over de diepzwarte lak geleidt, terwijl de motorkap op een kier staat. In de schaduw daaronder blijft de techniek rauw en onbewerkt. Pas als we die kap volledig durven te openen om ook daar de puntjes op de i te zetten, wordt ons verhaal weer door en door betrouwbaar.
Ik kijk nog eenmaal naar de foto van de T-5R. Boven het perfect gespelde kenteken prijkt een Zweeds bordje: Övningskör. Het herinnert ons eraan dat vakmanschap een voortdurend leerproces is. Het is de hoogste tijd om de oefenfase achter ons te laten, de motorkap volledig te openen en de regie weer in eigen hand te nemen. Want of het nu gaat om een glanzende auto of een scharp geschreven brief: op de details mutte we passen. Wie een icoon wil bouwen, kan immers niet blijven varen op een rammelende motor.
(Stadscolumn #72 | 31 maart 2026)
HET PRECISIE-TWEELUIK | Over de glans van lak én taal | In de techniek is er geen ruimte voor de “natte vinger”. Waarom accepteren we die in onze taal dan wel? Marinus onderzoekt waarom vakmanschap begint bij de kleinste details en waarom een gepolijste carrosserie nog geen revisie van de motor is.
I: ‘FIJNPOLIJST VAN EEN BOODSCHAP‘
II: ‘GRAMMATICA VAN DE WAARHEID’

OVER DE AUTEUR
Marinus is de vakman achter Passie voor Glans. Sinds hij in 1995 in Kampen neerstreek, ontwikkelde hij een feilloos gevoel voor de lokale cultuur en precisie, wat hij sinds 2014 dagelijks toepast in zijn bedrijf. Hij ziet taal als de hoogglansafwerking van professionaliteit. Marinus schrijft over de parallel tussen lak en taal, waarbij de puntjes op de i even belangrijk zijn als een krasvrij resultaat.
