Hoe een geheime missie uitliep op een Kamper minifloriade

Afgelopen najaar dacht ik een briljante slag te slaan. Terwijl mijn vrouw en zoons van huis waren, plantte ik een enorme zak bloembollen in de tuin. Wit en geel moesten ze worden, een verrassing voor het voorjaar. Ik zag mezelf al helemaal zitten in de eerste lentezon, genietend van de verbaasde gezichten van mijn gezin. Door het uitzonderlijk zachte najaar kwamen de eerste groene sprietjes echter al in december boven. Mijn vrouw, scherp als altijd, merkte het direct op. “Vast een restant van de vorige bewoners,” probeerde ik nog. Toen ze doorvroeg, gooide ik mijn troef op tafel: “Dat is gras, een speciaal soort dat mijn vader ook in de tuin heeft.” Ze knikte, en ik dacht dat ik wegkwam met mijn witte leugentje.

Toen het voorjaar eindelijk aanbrak, bleek ik degene die verrast werd. In plaats van alleen mijn witte en gele bloemen, ontplofte de tuin in een zee van paars en roze. Op plekken waar ik nooit een bol had aangeraakt, stonden de prachtigste bloemen. Terwijl de jongens grijnzend aan tafel zaten, kwam de aap uit de mouw: ze hadden mijn actie allang doorzien en hadden, terwijl ik op locatie aan het werk was, extra zakken bollen geplant. Ik dacht hen te verrassen, maar ik werd zelf overtroffen door een gezamenlijke bollenaanval. De “grassmoes” zal ik nog wel even moeten horen, maar eerlijk is eerlijk: de achtertuin ziet er dit jaar fantastisch uit!

Passie voor Glans Autolakspecialist Kampen

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”

Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.