
MEESTERPOETSER
Terwijl mijn vrouw een voorraad shampoo insloeg, wachtte ik buiten op de Oudestraat. Mijn oog viel op de etalage van een schoenmakerij. Wat ik daar zag, deed mijn hart als poetser sneller kloppen: een walhalla aan handgekleurde herenschoenen in kanariegeel, fuchsia en Ferrari-rood. Hier was duidelijk een andere meesterpoetser aan het werk. Ik werd de winkel ingezogen door het “poetsvirus” dat daar heerste. De schoenen van Schoenmakerij Kattestaart zijn pure kunstwerkjes; handgekleurd met donkere neuzen en zelfs gekleurde zolen. Ik zag de perfecte match al voor me voor een van mijn meest stijlvolle klanten (laten we hem ‘Klaas’ noemen). Klaas kiest een kek pak, trekt zijn kanariegele Kamperse schoenen aan en stapt in zijn bijpassende gele Corvette van Stingray ’82. Dat is pas touren in stijl!
Mijn eigen fantasie sloeg op hol, maar de realiteit riep: de boodschappen waren gedaan. Toch liet het me niet los. Die avond keek ik naar mijn eigen schoenen die naast mijn Volvo V70 R klaarstonden. Zag ik daar een dof plekje? Ineens was ik me pijnlijk bewust van het vakmanschap dat ik die middag had gezien. Ik pakte direct een doekje en poetste tot ik mezelf in de lak weerspiegeld zag. Pure perfectie, misschien een tikje neurotisch, maar dat is nu eenmaal de aard van het beestje.
(Stadscolumn #12 | 19 augustus 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
