
HET KAMPERS KWARTIERTJE
Net terug van de tandarts zit ik in mijn werkplaats met een verdoofde mond. Een appje van een vriendin: “Eindelijk staat je kwek eens stil!” Mijn omgeving weet het: ik sta aan of ik sta uit. Er zit niets tussenin. Maar er is één moment waarop ik volledig stilval: zodra ik een polijstmachine in mijn handen heb. Zodra ik begin met polijsten, verdwijnt de wereld om me heen. De telefoon gaat op stil, en ik ook. Het is een bijna meditatieve staat waarin alleen de auto, de machine en ik bestaan. Wat voor het gevoel een kwartiertje polijsten lijkt, blijkt op de klok vaak al een uur te zijn. In de begintijd van mijn ondernemerschap polijstte ik eens een auto vol Saharazand weer helemaal glad. Het resultaat was zo rustgevend dat mijn vrouw zich bij thuiskomst oprecht afvroeg of het wel goed met me ging.
Ik werk vaak in drukke steden, maar zodra ik de stadsbrug oversteek, voelt het alsof de tijd in Kampen langzamer verloopt. In grotere steden regeert de stress, maar hier is ‘gewoon’ nog gewoon. Misschien is het de extra zuurstof aan de IJssel, maar de mensen zijn hier relaxter. Het “Kampers kwartiertje” is voor mij, net als een polijstkwartiertje, van een onbeschrijflijk duurzame kwaliteit. Een moment van rust in een drukke wereld.
(Stadscolumn #21 | 22 december 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
