
VOORJAARSGELUIDEN
Het was heerlijk weer in Kampen. Na een dag hard werken aan een glascoating, zat ik eindelijk met een krantje en een kopje koffie in de tuin. De vogels zongen, de wind ruiste… tot de achterbuurman besloot dat het tijd was voor actie. Een brommend geluid sneed door de stilte: de hogedrukreiniger was gestart. Het bleef niet bij één buurman. Als een ingestudeerd koor vielen ook andere buren in met hun eigen apparaten. Weg rust. Terwijl het driestemmige gebrom aanhield, keek ik vragend naar de keuken. Mijn vrouw beantwoordde mijn verstoorde blik met een vette knipoog. De boodschap was helder: ik had het schoonmaken van onze eigen tegels al iets te vaak uitgesteld. In de koffiepauze, omringd door het onvermijdelijke geluid van de buren, bezweek ik voor de groepsdruk. Het is een voorjaarsritueel waar geen ontkomen aan is. Ik slokte mijn koffie op, legde de krant weg en haalde mijn eigen hogedrukreiniger uit de schuur. Het is een samenzwering, ik weet het zeker, maar onze tegels zien er inmiddels wel weer piekfijn uit!
(Stadscolumn #31 | 30 juni 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
