“Je bent eigenlijk gewoon een autopoetser.”

Passie voor glans | Glascoating

VRIJE DAG

Het was heerlijk weer en ik stond naast een tuintafel met lekkere hapjes op een verjaardagsfeestje in een grote tuin. De gasten stonden allemaal op zo’n beetje anderhalve meter afstand van elkaar met een glas in de hand of een hapje. Een buurman van mijn gastheer, van ongeveer mijn leeftijd, kwam aanslenteren met zijn biertje in de hand en een hapje in één van zijn wangen. Hij kauwde verwoed, slikte de bult in zijn wang weg, keek me over het randje van zijn zonnebril aan en opende het gesprek met:

“die zwarte Volvo daar”, en hier knikte hij richting mijn V70. “Die is van jou toch?” “Jazeker”, zei ik. “Ik had vroeger ook een V70 R”, zei hij. “Fijne wagen, maar die hebben hun tijd toch wel een beetje gehad hè, dus die heb ik lang geleden ingeruild. Tegenwoordig rijd ik in een BMW”, zei hij een beetje pocherig, terwijl hij een gebaar maakt naar de richting waar de X5 geparkeerd stond.

“Aha”, zei ik. Maar niet zeggend dat ik het niet helemaal met hem eens ben dat mijn V70 zijn beste tijd heeft gehad. “Retro is het nieuwe hip” is mijn motto. Er zijn natuurlijk genoeg geweldige automodellen. Die bovendien voordeliger rijden. Maar, zolang mijn glansmodel nog steeds rijdt en door de keuring komt, is er geen andere waar ik liever in rijd. Zelfs de kosten van de reparaties die er eventueel aankomen, heb ik daar graag voor over. Iedere keer dat onze R over de APK eindstreep komt, vieren wij dat thuis met koffie en gebak! “Mooie auto”, bewonderde ik zijn X5. “Ja hè”, zei hij. En hij duwde zijn zonnebril omhoog op zijn neus en nam nog een slok van zijn bier.

“Wat doe je?”, vervolgde hij het gesprek. “Ik sta hier gewoon een beetje te staan”, zei ik. “Wérk!”, zei hij. “Je beróep. Wat dóe je?”, verduidelijkte hij zijn vraag. “Oh bedoel je dát, ik ben detailer,” zei ik. Ik zag dat mijn antwoord door zijn processor ging. En aan de uitdrukking op zijn gezicht te zien, werd er nu ook een soort conclusie getrokken. “Dan ben je eigenlijk toch gewoon een autopoetser?”, stelde hij toen. “Zoiets”, zei ik. “Ik rijd gewoon door de wasstraat”, zei hij. “Gemak dient de mens.” “Programma met een laagje wax en ’t ziet er weer prima uit.”

Ik viel even stil. “De leegheid van die levens schokt me”, kwam een zin uit het boek “De Renner” van Tim Krabbé in mijn gedachten bovendrijven. Ik dacht na, had ik zin aan deze “man van het gemak” te vertellen wat detailing voor zijn auto, voor de mééste auto’s kan betekenen? “Nèh”, besloot ik. Déze detailer heeft een vrije dag! Als het nou een doordeweekse dag was geweest, had ik meer moeite voor hem genomen, maar dit was mijn eerste vrije dag in weken. Als iemand die praktisch altijd “aan staat”, was het de hoogste tijd even “uit te staan”. Bovendien, als deze gast straks langs mijn glanzend krasloze R naar zijn X5 loopt, ziet hij het vanzelf. Ik keek naar de tafel met hapjes en koos voor een combi van een stukje augurk met een blokje kaas en een vlaggetje.