
BIJ BROUWER IN DE BROUWERIJ
Eens in de zoveel tijd gooi ik de deuren van mijn werkplaats aan de Installatieweg wagenwijd open voor een workshop. Een kijkje in de keuken bij Passie voor Glans, waarbij autoliefhebbers zelf de kneepjes van het detailingvak leren. De belangstelling is altijd hartverwarmend: de aanmeldingen stroomden binnen nog voordat de officiële uitnodiging de deur uit was. Sommige deelnemers maken zich vooraf zorgen: “Moet mijn auto al brandschoon zijn?” of “Is het te theoretisch?” Maar bij mij geldt: geen ingewikkelde theorie, we gaan gewoon met de voeten in de klei. Letterlijk. Nadat we de dag zijn begonnen met koffie en een echte Kamper slof, maken de zenuwen om een polijstmachine vast te pakken snel plaats voor puur enthousiasme. Het was een dag vol leven in de brouwerij. Van het kleien van de lak tot het secuur aanbrengen van de perfecte wax; iedereen ging met uiterste concentratie aan de slag. Het mooiste van zo’n dag is niet alleen het resultaat op de lak van de oefenauto, maar het delen van vakmanschap met mensen die net zoveel hart voor auto’s hebben als ik. Want passie gaat pas echt glanzen als je het deelt met een lach.
(Stadscolumn #68 | 30 juni 2025)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
