
ZOMERS TOCHTJE
Het was een stralende zomerdag toen Henk besloot een eindje te gaan brommen. Zonder voorbereiding of bagage, precies zoals zijn vader Henk senior dat vroeger deed. Hij voelde zich vrij en onafhankelijk, tot dat ene fatale moment: de klap tegen de bumper van een glanzende rode Alfa Romeo. Als geest keek Henk neer op zijn geknakte lichaampje. Als het dan toch het einde moest zijn, dan maar tegen een auto met allure. Geen Tesla of Mercedes, maar een temperamentvolle Italiaan. De reis eindigde echter niet in de berm, maar bij een gebouw met een Zweedse vlag op de muur en een bord met de tekst: Passie voor Glans.
In de werkplaats maakte Henk kennis met de ‘man van de details’. Geen harde klappen of agressieve borstels, maar uiterste voorzichtigheid. Met een werklamp en een loep werd de auto geïnspecteerd. Henk zag hoe zijn lichaampje met bijna boeddhistische tederheid werd verwijderd en op een papiertje werd gelegd. “Ik geef je terug aan de natuur,” zei de man, terwijl hij Henk aan het einde van de dag een laatste rustplaats gaf tussen de bermbloemen. Terwijl de Alfa Romeo weer schoon en glad de weg op ging, beschermd tegen toekomstige vliegende familieleden, vloog Henk eindelijk naar het licht, herenigd met zijn vader. Een onvergetelijk zomers tochtje met een glanzend slotstuk.
(Stadscolumn #45 | 31 juli 2022)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
