
NIET MOEILIJK DOEN ALS HET MAKKELIJK KAN
Bijna elke stad heeft een plek waar ouderen elkaar treffen om de dag door te nemen. In Kampen vind je dit ‘schaduwcollege’ naast Café de Unie, tussen de zebrapaden met uitzicht op de IJssel en de Plantage. Hier wordt de wereldpolitiek besproken, gerookt en gelachen. Of het nu gaat om het nieuwe zwembad of de eikenprocessierups: hier hebben ze de oplossing al klaar voordat de gemeente de vergadering heeft geopend. Tijdens het nakijken van een passerende klassieker pikte ik er eens wat Kamper wijsheden op in onvervalst dialect. Geen kaartjesverkoper in het zwembad? “Op het treinstation kan oe toch ook ‘n kaartje kop’n zonder kassajuf?” Eikenprocessierupsen? “Gewoon uitrok’n!” Het is fascinerend hoe de lokale problematiek hier in één middag wordt opgelost. Men doet hier niet moeilijk als het ook makkelijk kan.
Sinds de intrede van de coronamaatregelen ziet de vaste hangplek er vaak leeg en verlaten uit. Ik merk dat ik tijdens mijn ritten door de stad steeds even stiekem kijk of de club er alweer zit, keurig op afstand natuurlijk. Ze horen bij het Kamper straatbeeld zoals de Stadsbrug bij de IJssel hoort. Ik hoop dat we snel weer mogen aanschuiven bij onze plaatselijke denktank voor een gezonde dosis relativeringsvermogen.
(Stadscolumn #23 | 20 januari 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
