LIESJE
Fietsend door de stromende regen in de Hanzewijk zag ik haar staan: eenvoudige welvingen, een donker uiterlijk en op haar achterkant in knalroze letters de naam: Liesje! Hoewel ik drijfnat was, wist ik één ding zeker: deze auto moest ik toevoegen aan mijn verzameling ‘autonamen’. Ooit vroeg iemand mij: “Wat voor mensen komen er nu bij jou voor detailing?” Mijn antwoord was simpel: “Mensen die hun auto een naam geven.” Voor hen is een auto niet alleen een vervoermiddel van A naar B, maar een bezit met een ziel. Ze hebben een band met hun wagen en onderhouden deze met plezier en trots. Ik verzamel al een tijdje anekdotes en foto’s van dit fenomeen, en ‘Liesje’ was een perfecte toevoeging.
Toen ik later die dag terugkeerde, was Liesje spoorloos. Pas dagen later, tijdens een wandeling met mijn jongste zoon, troffen we haar weer thuis aan in de Hanzewijk. Terwijl ik snel een fotootje maakte van de roze letters, grinnikte mijn zoon: “Wat zou mam daar wel niet van vinden, dat je helemaal hierheen loopt voor een zekere Liesje?!” Ik legde hem uit dat het om het ambacht en de passie gaat. Hij vatte het snel op en besloot ter plekke: “Als ik later een auto krijg, geef ik hem ook een naam.” Of dat nu een Jaguar of een Volvo wordt, de basis voor een toekomstige klant is in ieder geval gelegd!
(Stadscolumn #22 | 6 januari 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
