
DERTIG KILOMETER
Ik ben redelijk gemakzuchtig: alles wat ik met de auto kan doen, doe ik met de auto. Onze Fiat Seicento is de ideale stadsauto en ik ben er zowat mee vergroeid. Maar toen onze oudste zoon mijn fiets “leende” vanwege zijn postuur, en een stemmetje in mijn hoofd bleef roepen om meer beweging, besloot ik dat het tijd was voor een echte, ambachtelijke fiets. Via Marktplaats vond ik een degelijk exemplaar in Zwolle. De proefrit verliep soepel, op een wiebelend zadel na. Terwijl de verkoper enigszins geagiteerd bleef sleutelen, bood zijn vrouw de perfecte oplossing: “Wilt u een kopje koffie, meneer Brouwer? Dan kan mijn man rustig sleutelen.” In een zalige tuinstoel kwamen we met z’n drieën aan de praat. Het zadel werd vervangen, de deal werd beklonken en een nieuwe Marktplaats-vriendschap was geboren.
Toen het een paar dagen later koud was en miezerde, probeerde ik alsnog stiekem de autosleutels te pakken voor een afspraak in de stad. “Waarom hoor ik autosleutels?” klonk het scherp vanuit de voorkamer. Mijn argument dat het regende hield geen stand. “Je hebt die fiets met een reden gekocht,” aldus mijn vrouw. Ik gaf me ruimhartig gewonnen en stapte op de pedalen richting Penningkruid. Met trots kan ik inmiddels vertellen dat de kop eraf is: de eerste dertig kilometer staan op de teller. Wie had dat gedacht?
(Stadscolumn #52 | 28 februari 2023)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
