
EVEN NAAR HUIS BELLEN
Als ondernemer krijg ik veel telefoontjes, maar als mijn jongste zoon belt, is het meestal acuut. Van gebroken enkels tot afgebroken nagels; we hebben de afgelopen jaren heel wat bezoekjes aan de eerste hulp achter de rug. Maar de laatste tijd zijn zijn vragen van een heel andere orde. “Pap, mag ik mijn hoofd kaalscheren?” In een vlaag van opluchting, het was immers geen medisch noodgeval, appte ik direct “ja”. En wat in de groepsapp staat, is wet. Zo geschiedde: ik een coupe kort, hij een coupe kaal. Hoewel opa zich bij de eerste aanblik van dat witte, kale hoofd een hoedje schrok, kon ik de lef van mijn zoon alleen maar bewonderen. Ik wilde dat vroeger zelf ook wel, maar had daar simpelweg de moed niet voor.
Nog voor het haar fatsoenlijk was teruggegroeid, kwam het volgende verzoek: “Mag ik mijn haar rood verven?” Om de beslissing te ontlopen, appte ik snel: “Vraag maar aan mama.” Een tactische fout, zo bleek bij thuiskomst. Mijn vrouw, overvallen tijdens haar werk, had ook ja gezegd. Het resultaat? Een kind met haar dat niet zomaar rood is, maar megarood. Dankzij een pakje permanente kleuring hebben we nu een “wisselkind” aan de eettafel zitten. Een duidelijk leermoment: voortaan toch maar even écht naar huis bellen.
(Stadscolumn #56 | 30 juni 2023)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
