
KNIPKUNST
Op 14 december dacht ik: “Volgende week gaan we even snel naar de kapper.” Helaas, de tweede lockdown gooide roet in het eten. Terwijl mijn vrouw nog net op tijd piekfijn geknipt was, veranderden mijn zoons en ik langzaam in figuranten uit The Sound of Music en The Beatles. Toen de haarlokken letterlijk in de yoghurt hingen, was het genoeg geweest. Mijn vrouw besloot dat “genoeg genoeg was” en trok de grote keukenschaar uit de lade. In een paar ferme knippen werden de jongens verlost van hun lokken. Hoewel we nu weer haarvrij kunnen eten, dragen de jongens aan tafel sindsdien verdacht vaak een baseballpetje. Blijkbaar hadden ze qua styling toch iets meer verwacht van de thuiskapper. Ik heb inmiddels voorzichtig voorgesteld dat mijn vrouw een avondknipcursus gaat volgen zodra het kan. Niet vanwege rolpatronen, maar puur op basis van talent: ze zat vroeger op een school waar ze de edele kunst van het kleedjes knippen onderwezen. Als er iemand aanleg heeft voor precisiewerk met een schaar, dan is zij het wel. Tot die tijd hopen we vurig dat we snel weer terecht kunnen bij Lorist Haarmode voor het echte vakmanschap.
(Stadscolumn #26 | 3 maart 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
