
IN DE WOLKEN
Als ik focus, verkeer ik in een flow. Ik ben met niets anders bezig. In hogere sferen, zeg maar. Geen tijd voor eten of drinken. Tot het werk klaar is en ik op aarde land met een kop koffie en mijn smartphone. Even scrollen. Wat heb ik gemist? Nou, een hoop. Berichten van mijn vader en van “Wim”. Beiden 84 jaar, Wim is afhankelijk van intense zorg. De flow maakt direct plaats voor actie. Dagelijks ben ik een professioneel “redder in nood”. Ik spoor verdwenen spullen op, regisseer verhuizingen van aanleunwoning naar zorgruimte en voer gesprekken met huisartsen over uitbehandelde trajecten. Mantelzorg, zo noemen we dat officieel. In de praktijk ben ik een spin in een web van verzekeringen, medische indicaties en de logistiek van een ontruimde inboedel. Het ene moment overleg ik over een risicovolle operatie, het volgende moment geef ik opdracht behang af te steken, omdat de verhuurder de woning in “oorspronkelijke staat” wil.
Maandag, half elf. De landing is hard. Mijn vader meldt dat hij zijn overleden vrouw mist en snakt naar een stem aan de telefoon. Wim laat weten dat hij het overzicht kwijt is. Vanuit mijn werkbubbel sta ik weer met beide benen in de klei. Het is vaker nog hilarisch. Want heb je weleens geprobeerd een saucijzenbroodje te eten met een loszittend gebit? De spraakverwarring die ontstaat door een verkeerd verstaan woord is soms goud waard. We scheuren asociaal hard met de rolstoel door de ziekenhuisgangen. Als Wim moet lachen, schiet zijn gebit los. We liggen in een deuk.
De wereld draait door, vaak sneller dan zij kunnen bijbenen. De maatschappij is onherkenbaar vergeleken met de wereld van hun jeugd. Maar Wim is een doener. Hij heeft niets met laptops of smartphones. Hij kiest voor kwaliteit. Ik zie hem het liefst scheuren op zijn scootmobiel, zilvergrijze haren wapperend in de wind, met zijn vriendin, die hij op haar 81ste aan de haak sloeg, in zijn kielzog. Als de combinatie van werk, gezin en zorg me even te veel wordt, denk ik aan zijn woorden voor de operatie: “Ik doe het, want ik kies voor kwaliteit van leven.” Daar doe ik het voor. Voor die kwaliteit van leven. En voor die slappe lach in de ziekenhuisgang.
( Stadscolumn #68 | 30 juni 2025 )
Het was een snikhete junimaandagmiddag toen Wim voor de allerlaatste keer de binnenstad doorkruiste. Drie uren lang trotseerde hij de onverbiddelijke zon; een laatste tocht die hem uiteindelijk uitgeput, maar veilig weer thuisbracht. In de luwte van zijn vertrouwde omgeving omringden we hem met de zorg en liefde die hij zo verdiende. Zondags, tijdens ons laatste moment samen, nadat hij met een subtiel gebaar zijn diepe dankbaarheid had getoond, gaf ik hem mijn woord: ik zou de laatste zaken regelen, als executeur en bewindvoerder. Tot in het kleinste detail. Voor zijn laatste rit wist ik het zeker: hij verdiende een chauffeur van statuur en die ene speciale wagen waar hij altijd al van had gedroomd.

“WÖÖR BIJ D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nu?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Nu weet ik het wel natuurlijk. Je ontwikkelt een “oor” voor het Kampers dialect als je hier wat langer woont. Inmiddels kan ik zeggen dat ik er “ene” ben van Passie. Denkt u misschien: dan heeft hij het toch niet goed begrepen? Jawel hoor! Bij gebrek aan een Kamper familiestamboom heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot Kamper stamboom uitgeroepen.
De meeste autoliefhebbers weten wie ik ben en als ze het nog niet weten, moeten ze maar gauw mijn website verder bezoeken. Ik uutprakkezeer voor u regelmatig een mooi “stukkien” over Kampen, over auto’s en wat me verder nog te binnen schiet. De inspiratie komt vanzelf, want in Kampen gebeurt genoeg!
