
CHILLEN
Het was hartje zomer en we zaten heerlijk in de tuin te chillen. Ineens liep er een klein, schattig muisje voorbij. “Kijk pap!” riep de jongste. Ik grapte nog dat we wel een muizendorp konden bouwen, zoals ik op Instagram had gezien. Maar aan het einde van de week verging het lachen ons: de familie Muis was inmiddels met de hele aanhang bij ons ingetrokken. De keukendeur had met het mooie weer vaak open gestaan, en dat had de familie Muis blijkbaar opgevat als een hartelijke uitnodiging. Voor we het wisten, klom er een brutaaltje door de gordijnen en werd de boekenkast geïnspecteerd. Tijd voor actie! De uilen die we eerder op de schutting zagen (#61) lieten het nu afweten, dus gingen we zelf op onderzoek uit. Alles wat eetbaar was ging in curverboxen en er volgde een rigoureuze schoonmaak om elk spoor te wissen.
Onze eerste poging, de klassieke emmertruc, mislukte faliekant. De muis at het lekkers op en zat waarschijnlijk in een hoekje te lachen. Blijkbaar zijn de Kamper muizen een stuk slimmer dan de exemplaren uit mijn vaders tijd. Pas na drie weken fanatieke jacht met muisvriendelijke vallen hadden we beet. Onze jongste zoon heeft de drie gevangen familieleden een nieuw onderkomen gegeven bij het “Groene Hart”. De rest van de familie koos eieren voor zijn geld en vertrok. Eindelijk kunnen we weer rustig chillen op ons terras!
(Stadscolumn #64 | 30 juni 2024)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
