NIET ZO COOL
Het was bloedheet in Kampen en de zomer was nog lang niet voorbij. Precies op het slechtst denkbare moment, tijdens een hittegolf van 36 graden, besloot onze koelkast na jaren trouwe dienst de geest te geven. Wat volgde was een verhit avontuur met een witgoedgigant uit Zwolle, waarbij mijn geduld tot het uiterste werd beproefd. De volgende dag werd de nieuwe koelkast bezorgd. Als voormalig vrachtwagenchauffeur keek ik mijn ogen uit: de bezorgers persten het apparaat haastig door een zijdeur in plaats van de laadklep te gebruiken. Het resultaat? Een koelkast vol krassen en deuken. “Hij heeft wel een klein beetje schade, weet je,” klonk het laconiek. Als iemand die zijn brood verdient met het verwijderen van krassen, was dit voor mij onacceptabel.
Wat volgde was een intensieve e-mailwisseling terwijl de kaas op tafel smolt. De gedeukte koelkast stond als een sneu monument in onze zonovergoten tuin, terwijl wij ons met lauwe cola in de auto met airco probeerden te redden. Na flink wat overtuigingskracht en de suggestie om de foto’s van onze ‘nieuwe tuinkoelkast’ op Instagram te delen, ging de gigant eindelijk overstag. Inmiddels proosten we met een ijskoud colaatje op onze nieuwe, deukvrije vriend in de keuken. Een nominatie voor een ‘koude douche’ bij het programma Kassa heb ik maar achterwege gelaten; zoveel koelte gunde ik ze simpelweg niet in die hitte!
(Stadscolumn #27 | 17 maart 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
