
WACHTEN MET GLANS
Je bent bijna thuis en verheugt je op een ijskoud biertje. Je rijdt langzaam richting de stadsbrug en ziet de gouden wielen schitteren in de zon. Terwijl je vingers meetikken op het stuur, zie je in de verte een vaantje wapperen. Nee hè… de slagbomen gaan naar beneden. De brug gaat open. Daar sta je dan, zo dichtbij en tegelijkertijd zo veraf van het biertje in de koelkast. Altijd gaat die brug open als je het nét niet kunt gebruiken. Kent u dat? Mijn tandarts vertelde me ooit dat dit de meest gebruikte “te-laat-kom-smoes” is die hij ooit heeft gehoord: “Sorry, de brug stond open.”
In plaats van te fronsen (slecht voor de rimpels!), kun je de tijd nuttig besteden. Laat die telefoon liggen en pak je dashboardkastje erbij. Heb je een minifles detailspray en een microvezeldoekje bij de hand? Spray een beetje op de spiegels en veeg de vette vingers en vuiligheid weg. Geen detailspray? Bronwater werkt in nood ook. Kijk tot slot even in die blinkende binnenspiegel en lach naar jezelf. Ziet er goed uit, toch? Die kleine frons op je voorhoofd poetsen we zo weer weg. Dat spul van Passie voor Glans is echt overal goed voor.
(Stadscolumn #3 | 16 april 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
