
DE PARKEERMETER ALS ONTMOETINGSPLEK
Parkeren in het centrum van Kampen vereist een bijna zenachtige houding. Wie kent het niet? Je tikt de meter wakker en dan volgt de onvermijdelijke vraag: het kenteken. Terwijl de rij achter je groeit, begint de strijd met het geheugen en de techniek. De parkeermeter is niet bij iedereen geliefd. In 2017 was een gefrustreerde automobilist het zó zat, dat hij na een boete besloot de betaalpaal omver te rijden alvorens naar de kapper te gaan. De paal hing als een geknakte tulp tussen de straatstenen. Hoewel het een brute actie was, zorgde het voor het nodige gegrinnik op sociale media. De parkeermeter is in gedachten waarschijnlijk al veel vaker weggevaagd. Toch heeft dat geworstel bij de parkeerzuil ook iets moois. In onze supersnelle samenleving dwingt Kampen je tot “slow parking”. Vooral in de zomer zie je rijen toeristen die geanimeerd met elkaar overleggen hoe het apparaat werkt. Stadsbewoners schieten te hulp en leggen geduldig de gebruiksaanwijzing uit. Het kost tijd, het is gedoe en je komt wellicht te laat op je afspraak, maar de verbinding tussen mensen bij zo’n paal? Betere stadsmarketing kun je niet hebben. Eigenlijk hebben we enorm geboft met onze eigenwijze parkeermeters.
(Stadscolumn #4 | 29 april 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
