KLOK POETSEN
Poetsen, poetsen, poetsen; ik denk er de hele dag aan. Zelfs als ik langs de Buitenkerk loop en de klokken hoor, vraag ik me af: worden die eigenlijk gepoetst? Mijn zoektocht naar het antwoord leidde me diep de Kamper geschiedenis in, naar de beroemdste klokkengieter die onze stad ooit gekend heeft: Geert van Wou. Hij vestigde zich in de 15e eeuw in Kampen en was een absolute meester in zijn vak. Voor de Buitenkerk (Onze Lieve Vrouwekerk) goot hij een Mariaklok die zo zuiver klonk, dat hij direct de opdracht kreeg voor een volledig gelui voor zowel de Buitenkerk als de Bovenkerk. In 1480 creëerde hij een unieke reeks van acht klokken die samen een perfecte toonladder vormden. Een staaltje vakmanschap waar de passie vanaf spat!
Maar hoe hielden ze die klokken mooi? Brons vormt door contact met de buitenlucht een beschermende groene laag, het patina. Dat hoort bij het karakter. Echter, vogelpoep in de kerktoren zorgt voor een hardnekkige vervuiling die je met een poetsdoek niet wegkrijgt. De oplossing? De klokken worden niet gepoetst, maar gestraald. Net zoals ik verweerde autovelgen laat stralen om ze weer als nieuw te maken, krijgen de klokken zo hun oorspronkelijke glans en klank terug. Wanneer Geert van Wou in 1527 overleed, luidden ‘zijn’ klokken in de Buitenkerk twee uur lang als eerbetoon. Als ik ze nu hoor luiden, denk ik met respect terug aan deze Kamper meester. Vakmanschap is immers van alle tijden.
(Stadscolumn #25 | 17 februari 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
