Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan

Passie voor Glans Autolakspecialist

STADSCOLUMN

Eens in de zoveel tijd worden we gevraagd een briljante naam te bedenken voor bijvoorbeeld een monumentaal pand in de stad. In het verleden wilden de Kampenaren de nieuwe toren een naam geven. Na lang nadenken werd besloten. De nieuwe toren kreeg de naam: “De nieuwe toren!” De nieuwe brug dan? Daar konden de Kampenaren vast wel iets moois voor bedenken. Ja hoor, de nieuwe brug heette vanaf toen: “De nieuwe brug!” Ik mag dat wel. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan.

Dús toen er een naam moest komen voor het Kamper archief en de voormalige van Heutzkazerne, waar kwamen we toen mee aanzetten? Het is niet moeilijk. Een kind kan de was doen: “Het stadsarchief” én jawel; “de stadskazerne!” En zo hebben we nog een stadspark, voormalig stads-ziekenhuis, stadsdoka, (oh wacht de stadsdoka is alweer passé), stadsherberg en een stadsgehoorzaal.

Het woord “stad” ergens voor plaatsen geeft wel enig cachet. Een stadsdichter bijvoorbeeld ben je niet zomaar. Je wordt gekozen uit een aantal dichters en dan mag je dus een jaar lang “stads” voor je dichter zijn plaatsen. Zo hebben we ook een stadsomroeper en een stadskoopman. De titel stadsomroeper is trouwens blijkbaar voor het leven, want ik zie sinds 2011 geen andere naam voorbijkomen dan Bertus Krabbe. Hoe zit dat eigenlijk? Moet hij uitgedaagd worden door een ander nieuw potentieel oproeper, die zich zelf deze titel waardig acht, waarna dan misschien  de geweien in elkaar worden geslagen en er “een brullende omroepbattle” volgt, waarbij beiden “burlen” als een eland in de bronstijd?

Als iemand weet hoe het zit dan hoor ik het graag. Voor nu stel ik voor deze column de “Stadscolumn” te noemen. Ik houd wel van een beetje cachet.

( Stadscolumn #2 | Kampen Online | 1 april 2020 )