
TOUR DE GLANS
Toen onze oudste zoon jaren geleden op kamp ging met de Dirk van Dijk-school, bood ik mij aan als tassenwagen. Met een Volvo V70 R heb je immers ruimte zat. Dat heb ik geweten: modderige gympen en een ‘miljoen’ tassen braken de auto bijna af. Bij de jongste zoon pakte ik het daarom anders aan: dit keer werd mijn glansparadepaardje de officiële lunchauto en pechservice. De bestemming was Doornspijk. Terwijl de kinderen in colonne fietsten, fungeerde ik als de bezemwagen die de lunch op tijd afleverde. Vlak voor Elburg was het tijd om de lege magen te vullen. Als pechservice had ik het gelukkig rustig op de heenweg, waardoor de lak van de Volvo in ieder geval gespaard bleef van de ergste campingsporen.
Op de terugweg werd het spannender. Net als in een echte Tour de France ging niet alles van een leien dakje. Kettingen liepen eraf en versnellingen weigerden dienst. Met mondkapjes op en de fietsen op de drager bracht ik de uitvallers veilig terug naar Kampen. Er was zelfs een valpartij bij een ‘zware’ afdaling van 0,0000000001%, maar gelukkig zonder erg. Uiteindelijk bereikte de hele groep veilig de wachtende ouders. En de Volvo? Die heeft de tour deze keer met glans doorstaan, zonder dat ik drie dagen hoefde te polijsten!
(Stadscolumn #14 | 16 september 2020)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
