
TERRASUITBREIDING
Bij een vriendin ging ik het terras ophogen. Via een Marktplaatslink voor gratis stenen in Kampen kwam ik terecht bij een oude bekende: de vader van een basisschoolvriendje van mijn oudste zoon. Terwijl de jongens de grijze stenen sjouwden, viel mijn oog op een andere partij: grote, roodachtige stenen. Een potentieel zonneterras voor mijn eigen achtertuin lag hier letterlijk voor het oprapen. Niets is voor mij een grotere verschrikking dan urenlang tuincentra en bouwmarkten afstruinen op zoek naar de “ideale steen”. Na goedkeuring van het thuisfront besloot ik de rode stenen direct veilig te stellen. Onze oude, trouwe Fiat Seicento werd ingezet als vrachtwagen. Hoewel het boodschappenbakkie behoorlijk door de hoeven zakte onder het gewicht, hield hij zich kranig. Stapvoets reden we heen en weer door Kampen met ons toekomstige terras aan boord.
Samen met de jongste zoon ging ik direct aan de slag. Terwijl we de stenen legden, was het ongebruikelijk warm voor eind oktober. Het zweet stond ons op de voorhoofden, terwijl mijn vrouw vanuit haar luie stoel de vorderingen gadesloeg. Het terras was nog niet af of we zaten er al op uit te puffen met een fles water. Ik vermoed dat dit nieuwe zonneterras in het voorjaar nog wel wat uitbreiding behoeft: een megaparasol en misschien een paar palmbomen om de Kamper zomer door te komen!
(Stadscolumn #49 | 30 november 2022)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
