GRATIS IS GOED
Tijdens een wandeling met mijn jongste zoon door de Buiten Nieuwstraat stuitten we op een klein wit kastje. “Kijk, pap, gratis!” riep hij uit. Het bleek een minibieb te zijn. Hoewel ik het als ondernemer vaak te druk heb om rustig met een boek op de bank te zitten, vond ik het concept direct fascinerend: je boeken delen met de buurt. Een ontdekking die de start was van een nieuwe zoektocht.
Nieuwsgierig geworden dook ik in de wereld van de minibiebs. Van omgebouwde caviahokken tot complete ‘boekenbomen’ in Ruurlo; de creativiteit is eindeloos. In Kampen gingen we op jacht en telden we er inmiddels al zes, onder andere in de Keizerstraat, Schapensteeg en bij de Esdoornhof. Het is een prachtig fenomeen dat niet alleen zorgt voor een opgeruimd huis, maar ook voor verbinding in de wijk.
Thuis hebben we direct de boekenkast uitgemest en een volle tas verdeeld over de verschillende kastjes in de stad. “Opgeruimd staat netjes,” dacht ik, terwijl mijn zoon een boek over auto’s uit een van de biebjes viste. Hij fietste zingend naar huis, helemaal verguld met zijn gratis aanwinst. Of hij het nu meenam omdat het gratis was of voor de informatie; als ik hem aan het lezen krijg door zo’n sympathiek wit kastje, dan zeg ik: “Gratis is goed!”
(Stadscolumn #39 | 28 februari 2022)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
