KAMPER PARADIJSVOGELS
Een klant uit de grote stad belde me op voor advies. Toen hij hoorde dat ik in Kampen gevestigd ben, klonk er een lichte scepsis in zijn stem. Maar eenmaal aangekomen was hij om: “Kampen ziet er leuker uit dan ik had verwacht!” Wat zijn aandacht vooral trok? Een beschilderde Saab op de Vloeddijk die perfect opging in de herfstkleuren van de Burgel.
Als detailer is het waarnemen van auto’s een tweede natuur geworden. Merk, type, laksoort; ik registreer het automatisch. Maar mijn hart gaat pas echt sneller kloppen van de ‘paradijsvogels’: auto’s die afwijken van de grijze massa. Zoals de Amerikaanse bak met een roze bovenkant en een wrap van kleine schedels die ik ooit zag brullen in de Hanzewijk. Een verschijning die zo snel voorbijging dat ik me bijna afvroeg of ik hem wel echt had gezien.
Een andere favoriet in mijn collectie is de auto die ik pre-corona spotte op de Sint Nicolaasdijk. Geen snelle wrap, maar puur handwerk: een prachtig gedetailleerd Boeddha-hoofd op de motorkap, met een penseeltje geschilderd. Als “pietje-precies” op het gebied van autolak kan ik zulk geduldig vakmanschap enorm waarderen. Onze Kamper paradijsvogels maken de stad kleurrijk en zorgen ervoor dat bezoekers met een glimlach terugkomen. Want laten we eerlijk zijn: een stad met karakter verdient auto’s met karakter.
(Stadscolumn #38 | 31 januari 2022)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
