
OPVOLGER
Mijn jongste zoon zocht een stageplek voor school en de keuze was snel gemaakt: “Pap, mag ik bij jou stage lopen?” Zo stonden er die ochtend twee broodtrommels klaar en stapte hij niet op de fiets, maar naast mij in de auto. Het werd een dag die voor mij veel meer betekende dan alleen een extra paar handen in de zaak. Het was een feest om zijn interesse te zien. Hij stelde vragen, hielp mee en leerde de basis van het detailingvak: van handmatig wassen en kleien tot het voorzichtig schuren en machinaal polijsten van de lak. Tijdens de lunch kletste hij aan de grote tafel mee met de monteurs, alsof hij er al jaren werkte.
De dag was intensief, zeker omdat hij nog niet zo heel lang hersteld was van een heftige coronaperiode. Waar ik me destijds grote zorgen maakte om zijn conditie, was ik nu ontroerd om hem weer met zoveel energie bezig te zien. Hoewel de school een volle dag verwachtte, bracht ik hem om drie uur naar huis; hij had meer dan genoeg gedaan en de glimlach op zijn vermoeide gezicht sprak boekdelen. Inmiddels is hij volledig hersteld en barst hij weer van de praatjes. Hij denkt actief mee over marketing en sociale media voor de zaak. Dat doet me stiekem dromen: zou hij na zijn schooltijd echt in de zaak komen? Misschien zelfs als opvolger? Wat hem betreft was het een leerzame dag, maar voor mij was het de mooiste werkdag van het jaar.
(Stadscolumn #59 | 30 september 2023)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
