ILLEGAAL
Het was al aardig donker toen ik haastig door Kampen fietste. Ik wilde absoluut niet op de bon geslingerd worden voor het overtreden van de avondklok, maar ik had een missie. Vlug belde ik aan, de deur vloog open en ik wisselde mijn pakketje voor een envelopje. Snel door naar het volgende adres op de lijst. Wat voor duistere zaken waren hier aan de gang? Voor wie niet heeft meegedaan: geen paniek, er was geen sprake van illegale praktijken. Ik deed mee aan de fantastische spaaractie van de Jumbo en het Stadsarchief Kampen. Gewapend met een verzamelalbum vol historische plaatjes van onze stad, was ik op jacht naar de laatste ontbrekende nummers. In een verschrikkelijk saaie coronatijd was deze actie precies wat Kampen nodig had.
Hoewel we niet bij elkaar op de koffie mochten, schepte de jacht op die laatste plaatjes een enorme band. Ik heb in tijden niet zoveel mensen gesproken; bekenden, maar ook stadsgenoten die ik nog nooit eerder had ontmoet. Even een praatje bij de voordeur, ruilen op anderhalve meter afstand en weer door. Het was hartverwarmend om te zien hoe de geschiedenis van Kampen de stad weer even tot leven bracht. En die avondklok? Vooruit, ik was één keer vijf minuten te laat binnen, omdat ik te lang stond te ’teuten’ over een plaatje van de Bovenkerk. Maar zeg nu zelf: voor de complete historie van Kampen mag je best een klein risico nemen, toch?
(Stadscolumn #29 | 30 april 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
