HET MOOISTE KANTOOR
Mijn vrouw werkt sinds de lockdown thuis in een prachtig ingericht kantoor boven. “Het mooiste van Kampen,” aldus onze jongste zoon. Het is een fijne plek, maar eerlijk is eerlijk: mijn eigen kantoor is stukken beter. Mijn kantoor is weliswaar kleiner, maar het heeft pit, een ziel en een motor die me overal naartoe brengt. Mijn kantoor is een diepzwarte Volvo V70 R uit 1998. Zodra ik de voordeur achter me dichttrek en op de bestuurdersstoel plaatsneem, laat ik de drukte van de dag achter me. Het is niet alleen een vervoermiddel; het is een tijdmachine, een werkplaats en een meditatieruimte in één. Met een laptop, een telefoon en een volle tank heb ik alles wat ik nodig heb om als ondernemer te functioneren.
Het grootste voordeel? Het uitzicht is nooit hetzelfde. Als een locatie me niet bevalt, rijd ik gewoon verder tot ik uitkijk over de IJssel, een natuurgebied of een verre regenboog. Ik hoef mijn kantoor met niemand te delen, ben beschermd tegen de bliksem en heb geen ingewikkeld ventilatiesysteem nodig. Ik doe gewoon de ramen open. Of we nu schuilen voor de hitte of telefoontjes plegen op een afgelegen parkeerplaats: mijn rijdende kantoor is de fijnste plek die ik me kan wensen.
(Stadscolumn #30 | 31 mei 2021)

“WÖÖR BI’J D’R ENE VAN?”
Dat hoorde ik toen ik net (1995) in Kampen woonde. “Wat zeggen ze nou?”, dacht ik eerst. Later zag ik het ergens staan. Aha, zo schrijf je dat dus op zijn Kampers. Als iemand van “buitenaf” wist ik ook niet precies wat men hiermee bedoelde. Inmiddels ben ik ingeburgerd en versta ik het Kampers dialect, wat betekent dat ik nu met trots kan zeggen dat ik er “ene” ben. Hoewel ik geen inheemse Kamper familiestamboom heb, heb ik mijn bedrijf Passie voor Glans tot mijn eigen Kamper stamboom uitgeroepen.
